Milieustakingsvordering : Het gevecht van de gemeente tegen de gemeente

May 3, 2016

Grondwettelijk Hof 28 april 2016, nr. 60/2016

In het arrest van het Grondwettelijk Hof van 28 april 2016, nummer 60/2016 heeft het Grondwettelijk Hof op basis  van de zogenaamde Milieustakingswet (wet van 12 januari 1993 betreffende het vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu) nogmaals een zeer principieel arrest geveld.

Artikel 1 van de Milieustakingswet voorziet in de mogelijkheid aan de procureur des Konings, de administratieve overheid of een rechtspersoon zoals omschreven in artikel 2 van de Milieustakingswet (bijvoorbeeld natuurverenigingen) om procedure te voeren voor de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg. Vermelde partijen kunnen de staking vragen van handelingen waarvan de uitvoering reeds is begonnen of maatregelen opleggen ter preventie van de uitvoering ervan of ter voorkoming van de schade aan het leefmilieu.

Artikel 1 in combinatie met artikel 194 van het Gemeentedecreet geeft de mogelijkheid aan inwoners van de gemeente om namens de gemeente deze procedure te voeren. Omtrent deze mogelijkheid bestaat geen discussie meer.  

In het aangehaalde arrest werd echter bevestigd door het Grondwettelijk Hof dat, indien de inwoners optreden namens de gemeente, de gemeente zelf nadien ook nog in de procedure kan tussen komen en dit ter betwisting van de vordering van de gemeente (vertegenwoordigd door de inwoners). Men kan met andere woorden in zulks geval in een situatie komen dat de gemeente vertegenwoordigd door de inwoners de stillegging vraagt van werken (bijvoorbeeld omwille van een onwettig verleende vergunning) en in dezelfde procedure zal de gemeente (in eigen naam) de vordering van de inwoners tegenspreken en de wettigheid van de vergunning verdedigen. 

Het Grondwettelijke Hof meende dat dit mogelijk dient te zijn aangezien de uitspraak van de rechter en de gebeurlijke onwettig verklaring van de beslissing van de gemeente, de gemeente mogelijk blootstelt aan een vordering tot schadevergoeding vanwege de begunstigde van de beslissing dewelke mogelijk onwettig wordt verklaard. In het licht van die gevolgen, kan het volgens het Grondwettelijk Hof niet worden verantwoord dat de gemeente, vertegenwoordigd door haar College van  Burgemeester en Schepenen, geen verweer zou kunnen voeren wat betreft de vordering die door een inwoner namens haar is ingesteld in het kader van een op tegenspraak gevoerde procedure. 

Bovenstaande leidt er met andere woorden toe dat in een milieustakingsprocedure de gemeente partij is in twee hoedanigheden en twee van elkaar onderscheiden stellingen inneemt.

Voor meer info kan u terecht de vakgroep bestuurs-en omgevingsrecht : Yves Loix - Sven Vernaillen – Floris Sebreghts - Nele Ansoms – Jo Van Lommel - Olivier Verhulst -  Joris Geens - Christophe Smeyers - Katrien Vergauwen - Karen Struyf - Katrien Dams- Véronique Wildemeersch -  Annelies Geerts


Berichten


18.07.2018
Zomercursus Enviro+
Bent u als milieucoördinator nog niet voldoende vertrouwd met de nieuwe regelgeving voor handhaving ruimtelijke ordening? Meer…