27-10-2009
Wet geworden en wet in wording: jonge bestuurders en het alcoholslot
Onze vakgroep aansprakelijkheids-, verzekerings- en strafrecht is dagdagelijks professioneel actief op het terrein van het verkeersrecht. Wij vinden het nuttig om u te informeren omtrent twee actuele ontwikkelingen binnen dit domein.
Enerzijds is er het recent ingevoerde en reeds van kracht geworden strenge sanctioneringbeleid ten aanzien van jonge bestuurders. Anderzijds werd de politierechter zeer recent voorzien van een nieuw bestraffingmiddel in de strijd tegen het alcoholmisbruik achter het stuur, met name het alcoholslot. Beide nieuwigheden worden hieronder kort toegelicht.
1. Wet geworden: beginnende bestuurders: opgejaagd wild!
Bij wet van 21 april 2007 werd een paragraaf 5 ingevoegd in art. 38 van de Wegverkeerswet van 16 maart 1968. De ingevoegde paragraaf luidt als volgt:
“De rechter moet het verval van het recht tot sturen uitspreken en het herstel tot het recht tot sturen minstens afhankelijk maken van het slagen voor het theoretisch of praktisch examen indien hij veroordeelt wegens een overtreding begaan met een motorvoertuig die tot het verval van het recht tot sturen kan leiden en de schuldige sinds minder dan 2 jaar houder is van het rijbewijs B.
Het eerste lid is niet van toepassing op art. 38, §1, 2° in geval van een verkeersongeval met enkel lichtgewonden.
Het eerste lid is niet van toepassing op de overtredingen van de tweede graad zoals bedoeld in art. 29, §1.“
De wet werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 26 juli 2007 en trad in werking vanaf 1 september 2007. Legistiek blinkt de wet niet uit door duidelijkheid. Vast staat wel dat de wet diegenen die minder dan twee jaar houder zijn van een rijbewijs – dit ongeacht hun leeftijd – zwaar treft wanneer zij bepaalde verkeersovertredingen begaan.
De wetgever verplicht de rechter een verval van het recht tot sturen uit te spreken. Alsof dit nog niet volstaat dient de rechter “het herstel van het recht tot sturen bovendien afhankelijk te maken van het slagen voor het theoretisch of praktisch examen“. Benevens het rijverbod dient de rechter de beginnende bestuurder bijgevolg terug naar de rijschool te sturen.
De vraag rijst bij welke overtredingen dit hardvochtig regime geldt. Het hoeft niet te verwonderen dat snelheidsovertreders geviseerd worden. Wie veertig per uur te snel rijdt (of dertig in een zone 50 of 30) zal niet meer aan het rijverbod kunnen ontkomen. Bij alle overtredingen van de derde en de vierde graad geldt het ook sowieso. Vooral overtredingen van de derde graad komen sneller in beeld dan gangbaar vermoed. Wie zijn rijbewijs niet bij heeft, verkeert reeds in die situatie. Idem dito met bestuurders die het niet zo nauw nemen met de regels die gelden bij het links afdraaien, het kruisen en gelijkaardige manoeuvres. Het hoeft weinig betoog dat in dergelijke gevallen de nieuwe verplichting, zelfs door de rechters zelf, toch wel als bijzonder zwaar wordt ervaren.
Ongetwijfeld had de wetgever bij het uitvaardigen van deze nieuwe maatregel goede bedoelingen. Niemand betwist dat het fenomeen van de moordende weekendongevallen teruggedrongen moet worden. Het hardvochtig strafregime ook verplicht opleggen aan de beginnende bestuurder die bij een routinecontrole zijn rijbewijs niet bij heeft lijkt ons toch “overacting”. Wellicht besefte de wetgever niet dat de draagwijdte van zijn maatregel zo ver reikte of beschouwde hij het slechts als “collateral damage” …
Wat er ook van zij, de rechtspraktijk moet verder met dit bij wijlen toch wel Spartaanse bestraffingregime. Vastgesteld moet worden dat de politie zich de nieuwe regeling geleidelijk eigen maakt. Zij kregen alleszins de instructies om systematisch de datum van het rijbewijs in hun P.V.’s op te nemen. Tevens mogen zij de betrokken beginnende bestuurders geen voorstel tot minnelijke regeling meer aanbieden. Zij zullen bijgevolg sowieso gedagvaard worden.
Wetend welke zware straffen er om de hoek liggen lijkt het ons zaak om de beginnende bestuurders te waarschuwen voor de verstrekkende gevolgen die dreigen bij zelfs relatief onschuldige verkeersovertredingen. Laten we hopen dat een gewaarschuwd persoon er twee waard is.
2. Wet in wording: het alcoholslot als preventiemaatregel
Met de wet van 12 juli 2009 heeft de wetgever het straffenarsenaal voor dronken rijden opnieuw uitgebreid. In de Verkeerswet wordt een nieuw artikel 37/1 ingevoegd dat bepaalt dat de rechter, indien hij geen definitief rijverbod uitspreekt, de geldigheid van het rijbewijs van de overtreder kan beperken tot voertuigen die uitgerust zijn met een alcoholslot, en dit voor een periode van minstens één jaar tot maximaal levenslang.
Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat de wetgever zich zorgen maakte over het toenemend aantal bestuurders die geïntoxiceerd dan wel dronken achter het stuur zitten. En dan vooral over de recidiverende bestuurders. Weliswaar bestaan er reeds een heel aantal ruime bestraffingmogelijkheden voor de rechter in geval van recidive: hogere geldboetes, gevangenisstraffen, rijverbod (tot levenslang), verplichte onderzoeken en/of examens, verkeerstherapie, e.d.m. doch een werkelijke preventieve maatregel bestond tot op heden niet. Aangezien de technologie voortdurend evolueert en aangezien het alcoholslot ondertussen een feit is (in andere landen wordt het overigens al langer gebruikt) besloot de wetgever dat het tijd was om dit middel ter beschikking te stellen van de strafrechter.
Slechts in drie gevallen zal de rechter het alcoholslot kunnen opleggen:
1. overtreding van art. 34, §2 Verkeerswet:
- intoxicatie van minstens 0,8 promille
- het besturen van een voertuig terwijl het rijbewijs tijdelijk werd ingetrokken ingevolge een alcoholcontrole
- weigering ademtest of bloedproef
- niet afgifte van het rijbewijs of het besturen van een ingehouden voertuig terwijl het rijbewijs tijdelijk werd ingetrokken ingevolge een alcoholcontrole
2. overtreding van art. 35 Verkeerswet: dronkenschap of drugs
3. overtreding van art. 36 Verkeerswet: herhaling van overtreding van art. 34 of 35
De wettekst stelt uitdrukkelijk dat de rechter kan veroordelen tot het alcoholslot “indien hij geen definitief verval van het recht tot sturen uitspreekt”. Het lijkt dus niet meteen de bedoeling van de wetgever om het alcoholslot aan te wenden voor personen die een eerste keer een inbreuk begaan op de hierboven vermelde bepalingen (behalve art. 36, aangezien in deze bepaling het concept recidive zelf vervat ligt), doch eerder voor echte recidivisten.
De wet van 12 juli 2009 treed principieel in werking op 1 oktober 2010, doch de regering kan een eerdere datum van inwerkingtreding bepalen.
Alvorens de nieuwe regeling in werking kan treden moet de regering nog nadere regels uit te vaardigen.
Vooreerst moeten de technische voorwaarden bepaald worden waaraan het alcoholslot moet voldoen. De wet zelf stelt slechts 1 technische eis aan het alcoholslot: de wagen mag niet meer starten van zodra een alcoholconcentratie van 0,09 mg/l alveolaire lucht wordt gemeten. Dit is dus nog minder dan de huidige geldende norm. Een gezinslid dat de wagen van een overtreder zou willen gebruiken wordt in zekere zin dus mee gestraft.
Daarnaast moet de regering tevens een omkaderingsprogramma uitdokteren. De overtreder die veroordeeld wordt tot het alcoholslot zal de bepalingen van dit omkaderingsprogramma moeten naleven. Wat de wetgever precies bedoelt met “omkaderingsprogramma” is niet meteen duidelijk. Er kan evenwel gedacht worden aan maatregelen die moeten voorkomen dat er gefraudeerd wordt met het alcoholslot. Het is bijvoorbeeld niet ondenkbaar dat een veroordeelde beroep doet op een nuchter gezinslid of een nuchtere passant om de wagen alsnog gestart te krijgen. Om misbruik in te dijken zouden bijvoorbeeld regelmatige medische controles soelaas kunnen bieden. Ook werd reeds het aanbrengen van een sticker op de wagen gesuggereerd zodanig dat voertuigen met een alcoholslot bij alcoholcontroles in het bijzonder geviseerd zouden kunnen worden.
Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat de alcoholsloten die momenteel reeds in omloop zijn ongeveer 1.500 EUR kosten. De wetgever gaat er evenwel van uit dat met de invoering van het alcoholslot als bestraffingmiddel de verspreiding van de alcoholsloten zal stijgen. Hierdoor zou de kostprijs ervan dalen. De overtreder die veroordeeld wordt tot het installeren van een alcoholslot zal de kosten hiervan moeten dragen. Deze kosten kan de rechter dan wel aftrekken van de geldboete die de overtreder moet betalen.
Zoals reeds gezegd treedt deze nieuwe maatregel wellicht pas eind volgend jaar in werking. Vooral de concrete invulling van het omkaderingsprogramma moet nog worden afgewacht. Toch vonden wij het nuttig u reeds op de hoogte te brengen van het bestaan van dit nieuw bestraffinginstrument.
Wij blijven vanzelfsprekend steeds ter beschikking voor vragen en verdere toelichting.